“Een smartphone is een zinvol hulpmiddel, maar mag niet allesoverheersend worden.”

29/02/2020

Anderhalf jaar geleden stippelden de leerkrachten en directie van het Inspiro-college in Houthalen-Helchteren samen met de leerlingen een beleid uit rond smartphonegebruik: leerlingen mogen hun smartphone meebrengen naar school, maar hem niet altijd en overal gebruiken. Directeur Tom Verheyen vertelt waarom zijn school ervoor koos om het gsm-gebruik te beperken.

Stap voor stap

Tom Verheyen: “De afspraak om smartphones niet overal en altijd toe te laten, kwam er na opmerkingen van de leerlingen zelf. De eerstegraadsjongeren gaven aan dat er bijna niet meer gespeeld werd op de speelplaats. Overal stonden groepjes op een gsm te kijken. Als we competities organiseerden tussen de klassen, deden er nog maar weinig leerlingen mee. We kregen ook veel meldingen van pestgedrag, bijvoorbeeld via Whatsapp-groepen. Niet altijd expliciet, maar als je klasgenoten een Whatsapp-groep aanmaken en jij mag daar geen lid van worden, voel je je uitgesloten. Redenen genoeg dus om het smartphone-gebruik beter te structureren.”

De leerlingen van de eerste graad van het Inspirocollege mogen hun smartphone mee naar school brengen, maar leggen die aan het begin van de schooldag in genummerde vakjes, achteraan in de klas. Daar blijven de telefoons liggen tot de lessen gedaan zijn. In de tweede en derde graad gaan de smartphones ook in telefoontassen tijdens de lessen, maar mogen leerlingen hun gsm wel gebruiken op de speelplaats.

Tom Verheyen: “Ik hoor vaak het argument ‘we moeten ermee leren omgaan’. Maar zo werkt het volgens mij niet in een eerste graad. Een smartphone is een zinvol hulpmiddel, het mag alleen niet allesoverheersend worden. En niet iedereen kan er op een verantwoorde manier mee omgaan. In de eerst graad waren de problemen het grootst, daarom beslisten we om daar geen gsm’s meer toe te laten. In de tweede en derde graad leidt gsm-gebruik op de speelplaats niet tot asociaal gedrag. Leerlingen gaan er verantwoorder mee om. De afspraak daar is dat ze wel berichten mogen sturen of sociale media gebruiken, maar ze mogen niet bellen. Leerlingen krijgen daarvoor ook toegang tot het wifi-netwerk van de school.”

Ook aandacht voor gevaren
 

De ouderraad van het Inspirocollege reageerde erg positief op het smartphonebeleid. Want ook daar merkten ouders op dat de smartphone soms tot ongewenst gedrag leidde en dat kinderen zich daardoor ongelukkig voelden. Net als de school vinden ouders het belangrijk dat kinderen op die leeftijd nog spelen.

Tom Verheyen: “Kinderen en jongeren leven in een sterk gedigitaliseerde wereld. Het is niet zo dat wij onze ogen willen sluiten voor die realiteit. Onze school heeft bijvoorbeeld een heel groot open leercentrum van vierhonderd vierkante meter, waar leerlingen tijdens de middagspeeltijd mogen komen werken. Ze mogen er de iPads en laptops gebruiken om mailtjes of berichten sturen.”

“Elk jaar geeft de wijkagent klassessies over de gevaren van sociale media. Nadien is er een infoavond waarop ouders voorbeelden zien van hun eigen kinderen. Zo gebruiken veel leerlingen TikTok, een populaire app waarmee je korte muziekfilmpjes van jezelf kan maken. Dat is leuk, maar niet onschuldig, want veel pedofielen gebruiken ook dat kanaal. Door ouders te confronteren met filmpjes van hun eigen kinderen, is de wake-up call groter.”

“Ik begrijp dat sommige scholen het moeilijk vinden om een smartphonebeleid uit te stippelen, maar wij – en onze leerlingen – zien alleen maar voordelen van onze aanpak. Als een school er toch voor kiest om smartphones toe te laten, denk ik dat ze daarnaast ook een heel bewust beleid moet opstellen rond speelplaats- en middagactiviteiten.”

DISQUS EMBED