“Gestandaardiseerde proeven? Graag, maar dan moet het duidelijk zijn wat we meten.”

16/10/2019

LEERWINST EN KWALITEIT

Vlaanderen is een kennismaatschappij. Onderwijs is daarom een van de belangrijkste pijlers van onze gemeenschap. De laatste jaren kwam er steeds meer kritiek op de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs. Met gestandaardiseerde proeven wil de nieuwe Vlaamse regering de leerwinst van kinderen en jongeren in kaart brengen. Door te meten of leerlingen de eindtermen behalen en in welke mate zij – en hun scholen – leerwinst boeken, wil de overheid de kwaliteit van ons onderwijs monitoren én ervoor zorgen dat elk kind maximale kansen krijgt.

Een onafhankelijke instantie zal deze gestandaardiseerde proeven ontwikkelen en de toetsen zullen net- en koepeloverschrijdend zijn. Elke leerling van een Vlaamse school zal op vier momenten zo’n gestandaardiseerde test afleggen: twee keer in het lager onderwijs, aan het einde van de eerste graad van het secundair onderwijs en aan het einde van de derde graad secundair onderwijs. De resultaten van de proeven maken ook internationale vergelijking mogelijk.

OBJECTIEVE DATA

Dr. Martin Valcke is voorstander van zo’n gestandaardiseerde proeven. “Het gebeurt regelmatig dat we een onderzoek niet kunnen uitvoeren omdat we geen objectieve data hebben over ons onderwijs. Zeker wanneer het gaat over taal en de vaardigheden die daarbij horen, zoals bijvoorbeeld luisteren, missen we Vlaamse gegevens. Er is bijvoorbeeld geen enkele gestandaardiseerde proef die ons vertelt hoe het gesteld is met de luistervaardigheid van Vlaamse kleuters. En dan moeten we ons baseren op de instrumenten en normentabellen uit Nederland. Die zijn vergelijkbaar, maar missen de nuances die we nodig hebben voor onze Vlaamse populatie. Je kan dan wel corrigeren, maar dat is niet hetzelfde. Ik sprong dus een gat in de lucht toen ik las dat er gestandaardiseerde proeven zouden komen.”

“Maar ik heb wel wat bedenkingen bij de gestandaardiseerde proeven zoals ze in het regeerakkoord worden voorgesteld,” gaat dr. Valcke verder. “Een van de belangrijke begrippen in het regeerakkoord, is leerwinst. Met de gestandaardiseerde proeven aan het einde van de eerste graad van het secundair onderwijs, willen we kunnen beoordelen of een leerling leerwinst boekte. Je kan alleen maar onderzoeken of dat het geval is als je ook een nulmeting hebt, een startpunt om mee te vergelijken. En die nulmeting is er niet. Aan het einde van het lager onderwijs doen leerlingen een eindproef, maar die meet andere zaken dan de proeven aan het einde van de eerste graad secundair onderwijs. Er is dus geen nulmeting. Hoe weten we dan of een leerling effectieve leerwinst boekte?”

“Je kan wel onderzoeken of een leerling ten opzichte van het Vlaams gemiddelde leerwinst boekte, maar ook daarbij is die nulmeting belangrijk. Want zo kan je opvolgen of de mate waarin een leerling afweek van het gemiddelde, kleiner werd – of net groter. En op basis daarvan kan een school actie ondernemen om die leerling beter te begeleiden. In het extreme geval zou je zelfs scholen kunnen belonen die inspanningen doen om de leerwinst van hun leerlingen te maximaliseren.”

WANNEER PROEVEN ORGANISEREN?

Dr. Martin Valcke: “Het wordt nog ingewikkelder. Want de nieuwe regering stelt gestandaardiseerde proeven voor aan het einde van de eerste graad en aan het einde van de derde graad secundair onderwijs. Maar voor de tweede graad komt er dus géén meetinstrument. En dat is erg vreemd, want als je pas aan het einde van het secundair onderwijs de leerwinst meet, dan kan je niet meer bijsturen.”

“Sinds december 2018 zijn er nieuwe eindtermen voor de eerste graad. In 2023 worden ook die van de derde graad geïmplementeerd. En die van de tweede graad? Wel, die moeten de scholen zelf opstellen. In de praktijk zullen de onderwijskoepels dat doen, maar toch is het zeer eigenaardig dat die verantwoordelijkheid dan bij hen komt te liggen. De competenties - cesuurdoelen genoemd - die leerlingen in de tweede graad zullen moeten verwerven, moeten een brug slaan tussen de eindtermen van de eerste graad en die van de derde graad. Daarbij moet rekening gehouden worden met de verschillende onderwijsvormen en met de finaliteit van een studierichting: doorstroom, gericht op de arbeidsmarkt of een dubbele finaliteit. Dat is een zware opdracht, want de overheid – de onderwijsinspectie - zal die cesuurdoelen uiteraard ook nog moeten goedkeuren. Volgens ons maken ze zo iets eenvoudigs nodeloos ingewikkeld. En ten slotte … hoe zal men weten of die doelen al dan niet bereikt zijn als er geen gestandaardiseerde toetsen tegenover staan?”

COMPLEXE MATERIE, DIE TOETSEN

Dr. Martin Valcke: “Dus: gestandaardiseerde toetsen, ja graag. Maar het moet ook duidelijk zijn wàt we meten. Zijn dat eindtermen of vakken? Het is voor mij niet duidelijk. Ik ben er voorstander van om gestandaardiseerde toetsen te organiseren voor kritische gebieden, zoals taal, het Nederlands. Taal is erg bepalend voor schoolse uitval of achterstand van kinderen en jongeren. Zelfs in de derde graad is dat nog zo en dat betekent dat er tijdens de schoolcarrière te weinig aandacht besteed is aan die taal. Om leerlingen optimaal te kunnen begeleiden, zou men overigens al vanaf de kleuterschool gestandaardiseerde testen moeten invoeren.”

“Ik ben een groot voorstander van deze proeven als scholen ze gebruiken om hun eigen onderwijs bij te sturen. Maar ik mis een nulmeting én een meting in de tweede graad van het secundair onderwijs. Wat de proeven juist zullen meten, is mij ook niet helemaal duidelijk: vakken of eindtermen. En doordat er maar op vier momenten zo’n gestandaardiseerde toets gebeurt, geef je leerkrachten en scholen niet voldoende tools in handen om hun leerlingen te begeleiden.”

DISQUS EMBED