Home   Blijf op de hoogte via onze blog     “Goed leren begint bij zich goed voelen”

5 februari 2018

“Goed leren begint bij zich goed voelen”

“Goed leren begint bij zich goed voelen”
resource-not-found

Uitgeverij Plantyn

Goed leren begint bij zich goed voelen

Leerrijk startte vorig jaar met de reeks: de toekomst van ons onderwijs. We interviewen daarvoor verschillende experts uit de Vlaamse onderwijswereld. Deze keer is dat: Karin Heremans, directrice van het Koninklijk Atheneum Antwerpen en experte deradicalisering. Wat worden volgens haar de belangrijkste onderwijsontwikkelingen in de komende jaren?  

DIVERSITEIT EN HERVORMINGEN 

Deeltijds directeur én deeltijds door de Europese Commissie aangesteld om te werken aan de preventie van radicalisering. Twee petjes voor Karin Heremans, maar met één centraal opschrift: VERBINDEN. Vanuit gedeelde waarden, het welbevinden van de leerlingen en actief burgerschap. 

“Ons schoolbeleid heeft een sterk talenbeleid met een focus op Nederlands en meertaligheid. We werken aan een talenportfolio gekoppeld aan het Europees referentiekader en we nemen ook de thuistaal mee als extra stimulans. Wij hebben hier meer dan 60 culturen en nationaliteiten, verschillende levensovertuigingen… De Nederlandse taal is wat ons bindt, dus dat moeten we zo leuk mogelijk maken.” Met als centrale motor: « leplaisird’apprendre, leplaisird’enseigner » - goesting dus. 

“Hoewel diversiteit een feit is, is er bij veel scholen in Vlaanderen veel werk aan de winkel op het vlak van diversiteitsbeleid. Meer dan de helft van de kinderen hier in Antwerpen heeft een andere thuistaal en toch bestaan er ook hier nog witte scholen.”  

Als een van de grootste onderwijsuitdagingen ziet Karin het aanpakken van segregatie. Met de recente onderwijshervormingen dreigen we een onderwijs met twee snelheden te krijgen, waarin niet alle leerlingen dezelfde kansen krijgen, legt ze uit. “Het is een compromisvoorstel. Wij hebben de vrijheid om verder te doen zoals we bezig waren, dat is positief, maar andere scholen hebben ook de vrijheid om vast te houden aan klassieke structuren. In zulke systemen valt een leerling uit omwille van een taalachterstand, terwijl hij of zij perfect goed is in wetenschappen, bijvoorbeeld. Dankzij individuele leertrajecten kan je hen wel juist begeleiden.” 

“Scholen moeten zich anders organiseren”, meent Karin. De maatschappij wordt steeds complexer en het leerlingenbestand diverser. ‘Divers’ in de brede zin van het woord: zowel in kleur als in leersnelheden. Om diversiteit het hoofd te blijven bieden, ziet Karin een aantal oplossingen: “Tussenschotten weghalen voor een ‘brede eerste graad’ met uitgestelde studiekeuze, schakelklassen tussen basis en secundair voor wie nog niet klaar is, individuele trajecten, taalmodules, vakoverschrijdend onderwijs met een focus op taal en sterke linken met het werkveld en de samenleving.” Wat betekent dat concreet?  

ANDERS ORGANISEREN 

“Het is wetenschappelijk aangetoond dat de hersenen van een kind zich sterk ontwikkelen tussen 10 en 14 jaar. Die ontwikkeling hangt dan onder andere af van welke prikkels, welke uitdagingen het krijgt. Te snel determineren is dus niet goed. We willen de leerlingen niet te vroeg in een vakje stoppen. Daarom stellen we studiekeuzes uit en werken we met een talentenreis waarbij we leerlingen van verschillende domeinen laten proeven. In de tweede en derde graad werken we dan met  ‘domeinen’ in plaats van opgesplitste richtingen. Zo hebben wij van onze economische richtingen één domein gemaakt, zonder de schotten ‘ASO economie’, ‘TSO Handel’ en ‘BSO logistieke en maritieme administratie’. De vroegere kantoorrichting hebben we zo omgevormd, en omvat trouwens ook les in Nederlands, Frans, Engels, Duits – wat het niveau van een gewone beroepsrichting omhoog trekt. Dat totale domein heet nu handel-haven-hinterland. En hetzelfde willen we doen met de richting wetenschappen.  

Leerlingen die nog niet klaar zijn voor deze brede eerste graad, zoals anderstaligen met een taalprobleem, passeren eerst langs de schakelklas. Die legt de verbinding tussen basis en secundair.  “Het Antwerpse Atheneum werkt al sinds 2004 aan zo’n ‘breed stromende’ eerste graad. En wij stellen vast: het werkt!” 

Individuele leertrajecten 

“Voor moderne vreemde talen hebben we modules, vergelijkbaar met het individuele leertraject waarvan vandaag ook sprake is. Al zijn wij ook daar al mee bezig sinds 2004. 

In die modules zitten leerlingen van verschillende leeftijden samen volgens individueel niveau. Daar leren ze taal, steeds gekoppeld aan de eindtermen. Veel leerlingen komen uit landen waar ze die talen nog niet te zien kregen, waardoor ze vaak uitvallen in het secundair en in het beroepsonderwijs terechtkomen. Dat kunnen we vermijden.”  

Link met het werkveld 

“Er is een mismatch tussen onderwijs en werk in Antwerpen die we moeten rechttrekken. Zo is er een enorme werkgelegenheid in de Antwerpse haven, het logistieke bedrijfswezen daarrond, het universitaire ziekenhuis en zorgsector. Maar het onderwijs blijkt een hele stroom aan ongekwalificeerden voort te brengen. De haven is de economische motor van Vlaanderen, al die werkgelegenheid! Maar het onderwijs is er niet op afgestemd. Ik pleit ervoor dat we meer afstemmen op de vragen van het werkveld en investeren in economie en wetenschappen.”  

 ROL VAN DE LEERKRACHT 

Een geslaagde, ‘verbindende’ onderwijshervorming zoals Karin het ziet, heeft twee belangrijke voorwaarden. Meer middelen en geprofessionaliseerde steun van de overheid enerzijds en een hervorming van het leerkrachtenstatuut anderzijds.  

 “Leerkrachten moeten leren omgaan met diversiteit. Maar de lerarenopdracht herbekijken, dat betekent niet: er met een vergrootglas opzitten, integendeel. Zij moeten de ruimte, het vertrouwen en de verantwoordelijkheid krijgen om het juiste evenwicht te vinden tussen innovatie, kennis en vaardigheden. Om dat te doen, hebben ze slagkracht nodig. Daarom werken wij nu met zelfbesturende leerkrachtenteams. Daar zit toekomst in. Teams die zich vormen rond de leerlingen en met hen mee op pad gaan.” 


Zelfsturende teams 

Onderzoek toont aan dat leerlingen beter presteren als leraars verticaal met hen meegaan, over de jaren heen. “Een leraar Nederlands gaat dus idealiter mee van het eerste tot het laatste jaar, in plaats van dat er elke keer een nieuwe leerkracht voor hun neus staat. Niet evident te realiseren, wij zijn hierin ook nog zoekende. Maar we hebben wel al verschillende zelfsturende teams gemaakt rond groepen leerlingen. Bijvoorbeeld binnen de richting anderstalige nieuwkomers, toerisme en eerste graad. De rest van de school zit in het proces.” 

Maar uit ervaring besluit Karin dat zelfsturende leerkrachtenteams veel voordelen hebben. “Als iemand ziek is, neemt het team automatisch elkaars lessen over. Zo zeer zijn ze op elkaar afgestemd. Staat iemand achter met het leerplan, dan wordt dat opgevangen door iemand die voorstaat. Iedere donderdag geven zij in groep les, met vakoverschrijdende opdrachten. Leerlingen moeten bijvoorbeeld een presentatie geven, wat dan zowel gaat over taal, economie, ict … Dankzij hun aantal jaar ervaring, weet het team nu precies de juiste onderwerpen te kiezen waarin elk van hen een haakje kan slaan.” 

“De zelfsturende teams hebben bevoegdheden rond lessenroosters, vakoverschrijdende activiteiten, oudercontacten, … We willen zo ver gaan dat ze in de toekomst ook klassenraden organiseren.” Dat gaat heel wat verder dan de bekende en veelbesproken 20-22 uur job, dit is een weekopdracht. In realiteit was dat natuurlijk al zo, in tegenstelling tot de algemene perceptie. Daarom pleit Karin tussendoor ook vurig voor een herwaardering van de job van de leerkracht. 

Want het resultaat is duidelijk positief. “Het welbevinden bij onze leerlingen neemt sterk en merkbaar toe. Er komen bijna geen problemen meer bij de leerlingbegeleiders terecht. Het team zit daarrond.  Ze zitten als het ware korter op het vel van de leerlingen. Ze zijn sterker verbonden” 

Nieuwe autoriteit  

Tegelijk worden ook leerlingen zelfredzamer. “We voeden mondige, kritische, zelfstandige wereldburgers op. Met een mening. Ook daar moet je als leerkracht mee omgaan. Het is een feit dat leerlingen over sommige onderwerpen, zoals sociale media, meer weten dan wij. Dat hoef je niet te zien als een bedreiging. Dat is een mogelijkheid tot complementariteit. Het is tijd voor ‘nieuwe autoriteit’: de leerkracht als coach.” ‘Nieuwe autoriteit’, dat betekent: niet vanuit gezag en gevestigde waarden werken, maar vanuit wederzijds respect begeleiden. Verbonden en actief werken aan dat respect. Het is gezag dat niet bestraffend werkt en heeft alles te maken met: aanwezig en betrokken zijn bij de klasgroep, open communiceren.  

VERBINDEN 

De sleuteluitdaging voor de toekomst ligt voor Karin in de link tussen de school – zowel het gebouw als het instituut – en de buitenwereld. “Wij mogen geen burcht zijn in het hartje van de stad. De school is een deel van de samenleving, dus gooi de muren open. Wij moeten die link aanhalen en zowel het werkveld als de maatschappij binnentrekken.”