12 maart 2026
Terug naar de essentie: Piet Desmet over slim beleid en sterk onderwijs | EduSpark 2025
Veel scholen herkennen het: een beleidsdocument komt binnen met sterke ambities en goed uitgewerkte plannen. In de praktijk botsen die plannen echter vaak op de realiteit van de klas: tijdsdruk, verwachtingen en administratieve verplichtingen. Daardoor raakt de oorspronkelijke visie soms op de achtergrond.
Tijdens EduSpark 2025 benoemde Piet Desmet precies die uitdaging. Hij stelde een centrale vraag: hoe zorg je ervoor dat goede ideeën ook effectief worden uitgevoerd, zonder onderweg te verliezen wat echt belangrijk is?
Data als startpunt
Piet Desmet begon zijn verhaal niet met een visie of strategie, maar met data. Daarbij ging het niet alleen om cijfers en grafieken, maar ook om signalen uit de samenleving, het onderwijsveld en wetenschappelijk onderzoek. Vanuit die drie bronnen schetste hij de context waarin onderwijs vandaag functioneert.
Die context staat onder druk. Onderwijs krijgt steeds vaker te maken met standaardisering, monitoring en juridisering. Daarnaast is er de groeiende administratieve belasting en een hardnekkige negatieve beeldvorming rond het beroep van leerkracht. Dat alles zorgt ervoor dat veel leerkrachten het gevoel hebben voortdurend aan verschillende verwachtingen te moeten voldoen.
Twee grote uitdagingen
Volgens Desmet spelen twee grote thema’s vandaag in vrijwel elke school: diversiteit en digitalisering.
Over diversiteit was hij duidelijk: het is geen bijkomend thema, maar een structurele realiteit. De vraag is hoe scholen inclusie concreet maken in de klas, in leertrajecten en in evaluatie.
Ook digitalisering vraagt een doordachte aanpak. Technologie wordt pas echt waardevol wanneer ze meer doet dan bestaande werkwijzen digitaal kopiëren. In dat kader verwees Desmet naar het SAMR-model: substitutie (een digitale versie van iets dat al bestond) en augmentation (een beperkte verbetering). Veel scholen zijn daar ondertussen voorbij.
De echte meerwaarde zit in modificatie en herdefinitie: technologie inzetten om nieuwe leerervaringen mogelijk te maken die zonder technologie moeilijk of onmogelijk zijn. Digitalisering moet dus niet alleen processen vervangen, maar ook leren transformeren.
De mens blijft centraal
Toch draaide het verhaal niet om technologie, maar om mensen. Desmet benadrukte steeds opnieuw het belang van de leerkracht en diens motivatie.
Volgens hem zijn drie factoren essentieel voor duurzame motivatie: autonomie, betrokkenheid en het gevoel van competentie. Wanneer die elementen onder druk staan, komt ook de basis van goed onderwijs in het gedrang. Innovatie kan alleen werken als ze leerkrachten ondersteunt, niet als ze hen extra belast.
Daarnaast pleitte hij voor een herwaardering van instructie in de klas. In discussies over activerend leren lijkt het soms alsof de rol van de leerkracht kleiner moet worden. Desmet stelde duidelijk dat instructie nog steeds een belangrijke en effectieve didactische aanpak is. Heldere uitleg, interactie en gerichte begeleiding blijven cruciale elementen van goed onderwijs.
Vakmanschap en regie
Goed onderwijs vraagt volgens Desmet ook om sterk vakmanschap. Dat bestaat uit drie componenten: vakkennis, vakdidactiek en klasmanagement. Leerkrachten moeten weten wat ze onderwijzen, hoe ze dat het best overbrengen en hoe ze hun klas effectief begeleiden.
Lesgeven is daarom geen bijkomende taak, maar de kern van het onderwijs.
Een belangrijke rode draad in zijn verhaal was regie, vooral in het digitale domein. Volgens Desmet moet die expertise bij leerkrachten zelf liggen. Zij moeten kritisch kunnen omgaan met verschillende leermiddelen, zowel commerciële als niet-commerciële, en bewuste keuzes maken.
Daarbij is samenwerking essentieel. Door kennis en ervaringen te delen, kunnen scholen elkaar versterken. Desmet pleitte dan ook voor meer uitwisseling tussen scholen en leerkrachten.
Wat blijft hangen?
Desmet presenteerde geen kant-en-klaar actieplan, maar een duidelijke richting. Effectief beleid vertrekt vanuit wat er in de klas gebeurt.
Sterk onderwijs gebruikt technologie niet om leerkrachten te vervangen, maar om hun werk te ondersteunen en te versterken. Zo kunnen zij leerlingen beter begeleiden in hun leerproces.
Dat vraagt duidelijke keuzes en professionele ruimte.
Die regie hoort bij de leerkracht.
EduSpark is hét inspirerend onderwijscongres in Vlaanderen waar beleidsmakers en onderwijsexperten samenkomen om ideeën en inzichten te delen.
Mis niets
Volg Plantyn op sociale media (Facebook | Instagram | LinkedIn) of schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle terugblikken op EduSpark 2025 én aankondigingen over 2026.


