24 maart 2026
Sleutelcompetenties zijn abstract, PIT maakt ze concreet
Sinds dit schooljaar gaan secundaire scholen aan de slag met transversale sleutelcompetenties. Voor veel leraren klinken ze nog abstract: hoe vertaal je brede doelen zoals burgerschap, financiële geletterdheid of mentale gezondheid naar concrete lessen? Leerkracht economie-aardrijkskunde Joris Vangroenderbeek ging samen met zijn collega’s op zoek naar een werkbare aanpak. Met de leeroplossing PIT van Plantyn vonden ze structuur én flexibiliteit. “Ik ben enthousiast. PIT geeft richting, zonder dat het ons vastzet.”
Wat zijn transversale sleutelcompetenties?
Transversale sleutelcompetenties focussen op brede vorming: maatschappelijk bewustzijn, kritisch denken, ondernemingszin, sociaal-relationele vaardigheden, gezondheid, duurzaamheid … Ze overstijgen één vak en zijn een gedeelde verantwoordelijkheid van het hele schoolteam.
“Vroeger had je de vakoverschrijdende eindtermen. Dan had je als school een inspanningsverplichting maar er was niets bindend. Nu is er een duidelijke leidraad”, zegt Joris. “Dat is een positieve evolutie. Het is zinvol dat jonge mensen breder gevormd worden dan enkel pure vakinhoud.”
Toch waren de reacties van zijn collega’s gemengd. “Sommige collega’s zeiden: dit doen we al. Anderen dachten: daar is weer een extra checklist. De integratie mocht dus geen puur administratief verhaal worden.”
Van abstract naar concreet: een schoolbrede aanpak
Toen de invoering werd aangekondigd, startte de school een denkoefening. Directie, vakgroepen en een werkgroep rond modernisering maakten eerst een overzicht:
-
Welke competenties passen logisch bij welke vakken?
-
Wat doen we vandaag al?
-
Welke doelen realiseren we via projecten?
-
Hoe bewaken we de continuïteit tussen eerste en tweede graad?
“Bij gezondheid is de link met natuurwetenschappen en lichamelijke opvoeding snel gelegd. Competenties rond vrije meningsuiting en begrip voor andere culturen passen mooi binnen het vak godsdienst. En bij economie denk je automatisch aan financiële geletterdheid en ondernemingszin. Maar ook burgerschap en kritisch denken komen aan bod in mijn lessen. We hebben gezocht naar logische matches. Snel werd duidelijk dat we al heel veel deden, dus konden we heel gericht werken aan hiaten.”
In het eerste jaar werkt de school met zogeheten horizonmodules: elke leerling krijgt elke week zowel een uur economie, een uur maatschappij en welzijn en een uurtje STEM. “De meeste transversale sleutelcompetenties komen in deze vakken aan bod, zo komt elke leerling er sowieso mee in aanraking.”
Ook via projecten en activiteiten besteden de leerkrachten aandacht aan deze competenties. Joris: “Rond verkeersveiligheid organiseren we een projectvoormiddag met infosessies en een fietsparcours. En voor de studiekeuze in het tweede jaar nodigen we andere scholen uit.”
Vakgroepoverleg zorgt voor afstemming en continuïteit. “Ik overleg regelmatig met mijn collega die ook economie geeft in de eerste graad: wat werkt, wat minder? We koppelen ook terug naar collega’s van de tweede graad, zodat zij weten wat al aan bod kwam en waarop ze verder kunnen bouwen.”
Waarom kiezen voor PIT?
Om de vertaalslag naar de klas te maken, koos de school enkele modules van de leeroplossing PIT. In het vak economie werkt Joris met de modules ‘De economische markt’ en ‘Mijn budget’. “De module ‘Leren leren’ wordt ingezet binnen maatschappij en welzijn en we bekijken of we de module rond de ICT-vaardigheden kunnen integreren in het vak techniek.”
“We kiezen pas voor een module als we een aanvulling zien op ons bestaande aanbod. Het is fijn dat we niet verplicht zijn alle 11 modules aan te kopen. Voor we kozen voor PIT, namen we met enkele collega’s deel aan de infosessie van Plantyn, die onze inhoudelijke en praktische vragen beantwoordde.”
De grootste troeven van PIT vindt Joris de duidelijkheid en de flexibiliteit. “De transversale sleutelcompetenties zijn soms abstract. PIT vertaalt ze heel concreet. De leerstof is op het niveau van de eerste graad, met duidelijke voorbeelden uit de leefwereld van de leerlingen.”
-
Wat maakt het praktisch interessant?
-
Duidelijke koppeling tussen lesinhoud en sleutelcompetenties
-
Kant-en-klare, maar flexibele modules
-
Hybride aanpak: zowel op papier als digitaal
-
Ruimte voor eigen accenten
“Het is geen keurslijf. Ik kan een eigen filmpje gebruiken en toch de oefeningen uit de module inzetten. PIT beperkt je niet.”
Enthousiasme én houvast
Joris is enthousiast. “Online is er veel te vinden als je zelf een bundel wil samenstellen, maar de modules van PIT bieden structuur en leggen een duidelijke link met de doelen van de sleutelcompetenties. Dat geeft houvast. In een periode waarin er veel verandert in onderwijs, is het fijn om een aanpak te hebben die richting geeft.”
Voor leerlingen voelt het niet als iets extra’s. “Zij krijgen gewoon hun horizonuren. Ondertussen werken ze aan brede competenties én ontdekken ze hun interesses voor hun latere studiekeuze. Twee vliegen in één klap (lacht).”
Wie is Joris Vangroenderbeek?
Sinds tien jaar leerkracht aan het Heilige-Drievuldigheidscollege Leuven. Hij geeft economie en aardrijkskunde in de eerste graad A-stroom. Hij combineert vakinhoud graag met maatschappelijke actualiteit en gelooft sterk in een brede vorming als basis voor doordachte studiekeuzes.
Waarom kiezen voor PIT?
PIT zet in op transversale sleutelcompetenties met een aanbod van graadsmodules die een school of leerkrachtenteam flexibel kan inzetten. Het biedt een waaier aan ondersteuning, zowel voor startende leerkrachten, zij-instromers als vakleerkrachten. Online vind je allerlei ondersteuning en de handleiding bevat praktische tips voor je lesvoorbereiding.
Een eenvormige en herkenbare structuur vormt voor leerlingen een houvast in elke PIT-graadsmodule.


