Natuurwetenschappen 1ste graad A-stroom - de wetenschappelijke onderzoeksmethode
In HOEZO komen we aan deze leerstof tegemoet in deel A, thema 1, hoofdstuk 1 ‘Hoe gebruik je de wetenschappelijke onderzoeksmethode?’
Hieronder een meer verfijnde inhoudsopgave van dat thema:
1 Hoe gebruik je de wetenschappelijke onderzoeksmethode?
1.1 Hoe stel je een goede onderzoeksvraag?
1.2 Hoe bedenk je een hypothese?
De auteurs hebben een grondige check gedaan op de formulering bij de hypotheses.
Er werd bewust niet voor de ‘Ik denk dat …’-formulering gekozen.
Dit omdat in de hogere jaren een hypothese absoluut niet meer als een ‘Ik denk dat …’ geformuleerd mag worden omdat een hypothese per definitie al is wat de onderzoeker denkt.
We willen leerlingen aanleren dat een hypothese is 'wat ze denken dat het antwoord zal zijn' en daarom hebben we waar mogelijk voor de ‘als … dan …’-formulering gekozen.
1.3 Hoe bepaal je de benodigdheden?
1.4 Hoe voer je een werkwijze goed uit?
1.5 Hoe doe je een goede waarneming?
1.6 Hoe formuleer je een goed besluit?
1.7 Hoe reflecteer je op een onderzoek?
1.8 Hoe voer je een wetenschappelijk experiment uit?
2 Hoe onderzoek je een biotoop?
2.1 Wat is een biotoop?
2.2 Welke biotische factoren kenmerken een biotoop?
2.3 Hoe kun je biotische factoren determineren?
2.4 Hoe kun je abiotische factoren meten?
Op Scoodle vind je aanpasbare werkblaadjes ‘Biotoopstudie’ om effectief een biotoopstudie uit te voeren.
Door aanpasbare werkblaadjes aan te bieden, kan je de werkblaadjes optimaal afstemmen op jouw mogelijkheden.