"Doet een kind het offline goed?
Dan is het online vaak ook oké."

27/02/2020

Smartphones zuigen leerlingen in een digitale wereld, doen hen de voeling verliezen met de realiteit en zorgen voor meer pestgedrag. Of is het allemaal zo erg nog niet? Dokter Lieve Swinnen is kinderpsychiater in De Hoeksteen in Pelt. In haar praktijk behandelt ze jongeren tot achttien jaar met ontwikkelingsstoornissen en gedrags- en emotionele problemen. Ze beklemtoont dat smartphonegebruik niet altijd problematisch is.

Drie aandachtspunten

1. Smartphones zorgen voor gemakkelijker en regelmatiger contact, maar afschermen is soms nodig

Dr. Lieve Swinnen: “Smartphones zijn niet meer weg te denken uit ons leven. Vaak worden de problemen benadrukt, maar de digitalisering brengt ons ook goede dingen. We hebben bijvoorbeeld gemakkelijker en regelmatiger contact met anderen.”

Het klopt, de smartphone maakt het gemakkelijker om snel iets te vertellen of te laten weten: je kind stuurt je een berichtje als het veilig thuisgekomen is. Samen met je vriendinnen maak je een Whatsapp-groep aan om snel te kunnen afspreken. En met opa kan je vanavond Facetimen, ook al zit die op dat moment aan de andere kant van de wereld.

Dr. Swinnen: “Natuurlijk moeten we op een verstandige manier omgaan met het feit dat we altijd en overal bereikbaar zijn. Het is nodig om onszelf af en toe af te schermen. Ook jongeren moeten dat leren.”

2. Gaat het offline goed? Dan is het online vaak ook oké

Dr. Swinnen: “Als jongeren een fijn offline leven hebben, is hun online leven vaak ook oké. Heeft ze vrienden, ontwikkelt ze zich goed, behaalt ze goede schoolresultaten en heeft ze een goed netwerk? Dan hoef je je niet echt zorgen te maken over wat je kind online doet. Maar heeft iemand een negatief zelfbeeld, dan kan het zijn dat hij of zij vooral aandacht en bevestiging – en likes – zoekt op sociale media en daarin te ver durft gaan.”

“Als ouder of leerkracht heb je niet altijd grip op wat er binnenkomt en buitengaat. Sexting (seksueel getinte berichten of afbeeldingen sturen, n.v.d.r.) is een heel normaal fenomeen bij jongeren. Als dat één op één gebeurt, zorgt dat meestal niet voor problemen. Maar als zo’n berichten in een groep verstuurd worden, ligt dat moeilijker. Ook pesterijen die offline begonnen, kunnen online doorgaan.”

3. Schermtijd is afhankelijk van leeftijd

Dr. Swinnen: “Smartphonegebruik – of breder: schermtijd – is dus meestal niet problematisch. Toch krijg ik elke week jongeren in mijn praktijk die de negatieve gevolgen van een smartphone ervaren. Op dit moment zijn ook de gezondheidsrisico’s van smartphones nog niet duidelijk; daar wordt nog veel onderzoek naar gedaan. Wel merken we dat jongeren soms te veel en te lang op hun telefoon zitten te kijken, waardoor ze bijvoorbeeld slaaptekort krijgen. Dat kan invloed hebben op hun schoolprestaties.”

Ouders vragen dr. Swinnen daarom vaak: ‘Wat is de maximale tijd die mijn kind mag doorbrengen op zijn smartphone, de computer of voor de tv?’.  De richtlijnen die Dr. Justine Pardoen uitschreef, zijn volgens dr. Swinnen een goede houvast:

  • tot twee jaar: vijf minuten per dag samen tv kijken en een paar keer per week samen surfen
  • twee tot vier jaar: vijf tot tien minuten per keer, tot maximaal dertig minuten per dag
  • vier tot zes jaar: tien tot vijftien minuten per keer, tot maximaal een uur per dag
  • zes tot acht jaar: maximaal een uur per dag, verdeeld over periodes van maximaal dertig minuten
  • acht tot tien jaar: maximaal een tot anderhalf uur beeldschermtijd per dag
  • tien tot twaalf jaar: maximaal twee uur beeldschermtijd per dag
  • twaalf jaar en ouder: maximaal drie uur beeldschermtijd per dag
DISQUS EMBED