“Hou het initiatief voor de klimaatmarsen bij de jongeren zelf”

BURGERLIJKE ONGEHOORZAAMHEID ALS LEGITIEM ACTIEMIDDEL

Dat mensen opkomen voor het klimaat en het beleid is een goede zaak, vindt Patrick Loobuyck. De klimaatkwestie is belangrijk. Het is goed dat jongeren actie ondernemen en dat ze politieke druk uitoefenen. De grote vraag is wel: ‘Welk actiemiddel mogen ze daarvoor gebruiken?’

Patrick Loobuyck: “Je zou kunnen zeggen dat de klimaatacties een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid zijn. En burgerlijke ongehoorzaamheid is een legitiem actiemiddel als je actie voldoet aan een aantal criteria: ze moet geweldloos zijn, je mag andere mensen geen schade toebrengen en er moeten eerst al andere middelen ingezet zijn om de politiek onder druk te zetten. Er is al veel gepalaverd over de klimaatproblematiek. Het is dus niet dat we aan het begin staan van de discussie.”

“Een bijkomend criterium voor burgerlijke ongehoorzaamheid is dat de actievoerders maar één regel overtreden. In dit geval: spijbelen. De klimaatactivisten houden zich daar ook netjes aan. Die ene regel overtreden – spijbelen op donderdagvoormiddag – is voldoende om hun actiepunt kracht bij te zetten. Maar als plots zou blijken dat de helft van de klimaatactivisten hun schoolverzuim gebruikt voor andere zaken, is het draagvlak snel weg. En dat draagvlak is sowieso al precair. Als politiek filosoof kan ik dus zeggen dat deze vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid aan de voorwaarden voldoet en zodoende een legitiem actiemiddel is om in te zetten voor een hoger doel.”

De klimaatmarsen zijn overigens ook succesvol. Dankzij hun aanhoudende acties op donderdagvoormiddagen, plaatsten onze jongeren het klimaat bovenaan op de politieke agenda. Patrick Loobuyck: “Tot nieuwjaar 2018 hield de politiek zich vooral bezig met migratie en het Marrakesh-pact. Dat was ook het grote verkiezingsthema. De acties van de jongeren verplichtten de partijen echter om een duidelijk standpunt innemen in het klimaatdebat. Dat was niet hun plan, maar ze konden niet anders.”

GEEN POLITIEKE STANDPUNTEN OPLEGGEN ALS SCHOOL

Jongeren die opkomen voor hun standpunten, verandering eisen en nadenken over de toekomst, daar kan Patrick Loobuyck achter staan. Maar of scholen daarin ook initiatief moeten nemen, is een andere zaak. “Daar sta ik sceptischer tegenover. Als school moet je op z’n minst goed nadenken als je leerlingen verplicht om deel te nemen aan een klimaatmars. Je kan natuurlijk wel in het kader van een project op school een eigen klimaatmars organiseren en een wandeling maken in je eigen dorp. Dat is vrij onschuldig. Maar deelnemen aan de grote klimaatmarsen, daar moet je mee opletten als school. Want aan die betogingen kleven ook politieke boodschappen: mensen nemen er standpunten in voor of tegen kernenergie en geven kritiek op het beleid van Joke Schauvliege. Als een zeventienjarige zelf beslist om naar Brussel te trekken, is dat geen probleem. Beslist de school om samen actie te gaan voeren en als school achter die standpunten te staan? Dan ligt dat een stuk moeilijker.”

Een aantal scholen koos ervoor om toch deel te nemen aan een klimaatmars. Zij vroegen daarvoor op voorhand de toestemming van ouders. “Dat je als school op voorhand toestemming vraagt aan de ouders is noodzakelijk,” benadrukt Patrick Loobuyck. “Ouders moeten de vrijheid hebben om te weigeren dat hun kind deelneemt aan zo’n politiek getinte manifestatie. Die vrijheid moet er zijn en ze mogen daar ook niet op nagekeken worden. Ouders sturen hun kinderen niet naar school om deel te nemen aan klimaatacties, maar om kritisch geïnformeerde burgers te worden. Hun kinderen beslissen dan zelf of en hoe ze aan actie willen doen. Ik zie die acties dus liefst van onderuit gebeuren, vanuit de leerlingen zelf.”

“Want stel je voor dat er morgen een mars georganiseerd wordt voor een strenger migratiebeleid of hogere pensioenen? Gaat een school daar ook in meestappen? Sociale zekerheid is, net als het klimaat, ook een zaak van algemeen belang. Het is goed dat jongeren initiatief nemen, maar laat dat initiatief maar bij de jongeren zelf liggen.”

ALS OUDER DE COMPLEXITEIT BENADRUKKEN

Patrick Loobuyck heeft zelf klimaatspijbelaars in huis. “Als je kind mee wil lopen in een klimaatmars, haalt dat je als ouder uit je comforzone. Enerzijds begrijp je dat die klimaatmarsen voor de goede zaak gebeuren, maar anderzijds kan je ook niet zomaar tegen je kind zeggen dat het mag spijbelen. Daarnaast denk je toch ook na over de veiligheid van je kind: als je minderjarige zoon of dochter wil deelnemen aan een klimaatmars, moet hij of zij alleen de trein op naar Brussel. Het is ook een massabijeenkomst. Je hebt geen zicht op wat er allemaal gebeurt in die grote groep mensen. En misschien doen die jongeren ook wel dingen die niet mogen, zoals een pintje gaan drinken.”

“Ik hou er niet van dat mijn kinderen zomaar achter slogans en vlaggen aanlopen,” zegt Patrick Loobuyck. “Voor ik hen mijn zegen gaf om deel te nemen aan een klimaatmars, moesten ze van mij wat opzoekwerk doen. Ze moesten me duidelijk kunnen vertellen dat ze begrepen waar de klimaatproblematiek om draait. Ik wilde hen meegeven dat het belangrijk is om actie te voeren voor het klimaat, maar dat ze ook moeten beseffen dat dit een complexe kwestie is. De omvang en de schaal van het probleem zijn gigantisch. Ze kunnen niet verwachten dat ze vandaag op straat komen en dat morgen alles is opgelost. Ondanks het feit dat het klimaat belangrijk is, moeten we in een democratie ook verschillende belangen afwegen: klimaat tegenover economische groei en tewerkstelling, bijvoorbeeld. Pas toen ik wist: ze snappen min of meer waar het over gaat, mochten mijn kinderen deelnemen aan die klimaatmars.”

DISQUS EMBED