“Van M-decreet naar begeleidingsdecreet: eerder een logische evolutie dan een revolutie”

16/10/2019

M-DECREET NIET AFGESCHAFT MAAR VERVANGEN

Pedro De Bruyckere is pedagoog en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool in Gent.

“Het is belangrijk dat we in het achterhoofd houden dat dit een regeerakkoord is en nog geen concrete uitwerking. Niet alles is gedetailleerd uitgeschreven, er is nog werk aan de winkel. Zo wil de nieuwe Vlaamse regering het M-decreet afschaffen en vervangen door een begeleidingsdecreet voor kinderen met zorgnoden. Een ongelukkige maar begrijpelijke formulering, vind ik. Want eigenlijk is dat begeleidingsdecreet een aanpassing van het M-decreet, een logische stap in een proces dat startte tijdens de vorige legislatuur. Trouwens, het M-decreet is de uitrol van een VN-verdrag. Het M-decreet gewoon afschaffen, zou betekenen dat Vlaanderen uit het VN-verdrag stapt. En dat kan natuurlijk niet.”

We moeten er geen doekjes om winden: het M-decreet had geen goede naam. Al van bij het begin botsten scholen op de grenzen van hun draagkracht en ontbrak er in veel gevallen tijd, budget en omkadering om elke leerling op een goede manier te ondersteunen. De voorbije jaren schaafde de regering dat M-decreet bij, maar het bleef moeilijk werken.

Pedro De Bruyckere: “Vanuit dat opzicht begrijp ik wel dat de regering ervoor kiest om het woord ‘afschaffen’ te gebruiken. Het negatieve imago van het M-decreet zou anders wel eens kunnen blijven plakken aan het begeleidingsdecreet. In essentie gaat het dus om een verderzetting van wat er al gaande was. ‘Inclusief onderwijs indien mogelijk, buitengewoon onderwijs indien nodig’, is niet nieuw. Het diende al als uitgangspunt in een bijgestuurd M-decreet. In dat opzicht zou ik eerder spreken van een logische evolutie dan van een revolutie.”

ELK KIND OP DE JUISTE PLAATS

Inclusief onderwijs indien mogelijk, buitengewoon onderwijs indien nodig. Maar wanneer is het voor een kind beter om over te stappen naar het buitengewoon onderwijs? En wanneer vindt een kind met specifieke zorgnoden toch zijn plek in inclusief – gewoon – onderwijs?

Pedro de Bruyckere: “Uit de tekst van het regeerakkoord blijkt dat de beslissingskracht nog meer dan vroeger bij de school zal liggen. Maar ook dat is het resultaat van een evolutie die al langer aan de gang was: eerst lag die kracht vooral bij de ouders. Bij de invoering van het M-decreet was het zelfs zo dat elk kind eerst in het gewone onderwijs moest starten. Maar omdat dat zou kunnen leiden tot onnodig uitstel en zelfs tot drama’s, werd het decreet snel bijgestuurd.”

“Of een kind beter op zijn plaats zit in het buitengewone of het gewone onderwijs, is heel erg afhankelijk van het kind. Elk kind moet op de juiste plaats terechtkomen. De keuze tussen gewoon of buitengewoon onderwijs moet daarom in het voordeel van het kind gemaakt worden. En dat is dan ook in het voordeel van de leerkracht, want als een kind niet op zijn plaats zit, verhoogt de druk op die leerkracht. Maar als we elk kind op de juiste plaats willen, dan moet er ook voldoende – en gepaste – ondersteuning zijn. De vraag is dan of CLB’s en scholen genoeg tools en middelen krijgen om dat goed in schatten. Daarover maak ik me zorgen, zeker nu uit de begrotingscijfers blijkt dat er zal bespaard worden op die CLB’s.”

Wordt het dan nattevingerwerk om te bepalen welk kind op zijn plek zit in het buitengewoon onderwijs en welk kind past in het gewoon onderwijs? Het regeerakkoord spreekt ook van gestandaardiseerde proeven. Kunnen die duidelijk maken wat de juiste plek is voor een kind?

Pedro De Bruyckere: “De gestandaardiseerde proeven willen meten in welke mate een leerling leerwinst boekt. Maar alleen op basis van die informatie kan je niet beslissen dat een leerling niet op zijn plek zit in het gewone onderwijs, zelfs niet als het gaat om een leerling met specifieke zorgnoden zoals een vorm van autisme. Er spelen veel andere factoren mee: Is het gebouw aangepast aan een leerling met deze zorgbehoefte? Is de veiligheid van andere kinderen in gevaar? In welke mate is de leerinhoud aangepast aan het kind? En een hele belangrijke factor: continuïteit. Het heeft geen zin dat een of twee leerkrachten het zien zitten om een kind met erg specifieke zorgnoden op te nemen in zijn klas, als de andere leerkrachten dat niet willen. Want dan kan dat kind in het eerste en tweede leerjaar schoollopen in het gewone onderwijs, maar moet die in het derde leerjaar op zoek naar een andere school. Het hele team moet daarover op voorhand nadenken.”

PYRRUSOVERWINNING

Pedro De Brucyckere: “Ik vrees al lang dat het M-decreet een pyrrusoverwinning zou worden voor inclusief onderwijs. De bedoeling was dat het een belangrijke verandering zou zijn in onze manier van denken over inclusief onderwijs. Maar veel ouders en scholen zijn – door alle problemen die zij ervaren hebben met het M-decreet – nu minder geneigd tot inclusie dan daarvoor. Daarom heeft het begrip ‘afschaffen’ zo’n grote symbolische lading.”

“Ik heb nog wel wat vragen als ik het regeerakkoord lees. Zo zal de regering zorgen voor begeleiding, maar op welke manier? Gaat het over de begeleiding van de leerlingen? Individueel of in groep? Of gaat het over begeleiding van de leerkracht of de school? Bij alles zal het nog steeds belangrijk zijn hoe de regering deze voorstellen concreet uitwerkt. En dat moeten we nog afwachten.”

 

DISQUS EMBED