Improvisatie voor de klas

11/06/2019

VOLDOENDE HANDVATEN GEVEN

Jeroen: “Improvisatie in de klas? Dat kan natuurlijk. Er bestaat heel veel materiaal waarmee je zo aan de slag kunt. Ik surf graag naar improvencyclopedia.org, een Engelstalige online databank vol spelletjes en improvisatieopdrachten. Je kan er gemakkelijk filteren, bijvoorbeeld op doel of opdracht.”

“Een van mijn favoriete spelletjes is Story, story, die! Het idee is simpel: een leerling begin te vertellen en op het moment dat het belletje gaat, moet iemand anders onmiddellijk verder gaan met het verhaal. Als dat niet lukt, roept de rest van de klas die! Niet helemaal pedagogisch verantwoord, maar wel een handige manier om vertelstandpunten te leren kennen. Ik geef dan bijvoorbeeld als opdracht dat de leerlingen een verhaal moeten vertellen in een belevende ik.”

Kan je in elke les improvisatie-oefeningen doen? En lukt dat met alle leerlingen? “Dat lukt zeker,” zegt Jeroen. “Ik bereid me wel altijd heel goed voor en ik heb in de loop der jaren heel wat ondersteunend materiaal verzameld en gemaakt. Zo gebruik ik dobbelstenen met emoticons en heb ik een doos vol beroepenkaartjes. Een aantal leerlingen springen eruit, die zijn als eerste weg met zo’n impro-oefening, maar je hebt ook altijd leerlingen die verlegen zijn of weinig fantasie hebben. Als je hen een extra tool aanreikt, voelen ze zich veiliger en durven ze ook meer.”

IMPROVISATIE EN FRANÇAIS?

Ook in de lessen Frans of Engels kan je improvisatie-opdrachten gebruiken. Jeroen geeft zelf geschiedenis in het Engels – zijn school is pionier in CLILL – en maakt saaie dialoogjes spannender door er impro aan te koppelen.

“Dialoogjes zijn vaak saai en je krijgt altijd dezelfde soort teksten te lezen. Dus, in plaats van te schrijven over een gewoon bezoek aan le dentiste, kan je dat toffer maken door een non-verbaal spel op voorhand. Je laat dan vier leerlingen hetzelfde beroep uitbeelden, maar elk op een andere manier: de ene is een onzekere net afgestudeerde tandarts, de tweede is helemaal into high tech, de derde is zijn leven beu en de vierde wil heel graag zijn nieuwe boor proberen. Je laat het hen spelen terwijl de rest van de klas het beroep probeert te raden. Het resultaat: we hebben eens gelachen, iedereen heeft wat inspiratie en de geschreven dialoogjes die de leerlingen achteraf moeten maken, worden een stuk spannender.”

OOK IN ANDERE SCHOOLVAKKEN

Jeroen: “Natuurlijk kan improvisatie ook in andere vakken. Als je het bij maatschappelijke vorming of in een les levensbeschouwing hebt over stereotypen, kan je daar ook een leuke opdracht bij verzinnen. 1-2-3 is daarvoor een heel tof spel. Daarbij laat je drie leerlingen iets uitbeelden: de eerste is bijvoorbeeld een appelboom, de tweede de appel aan de boom en de derde is de worm in de appel. Die tweede leerling hangt dan ook echt aan die eerste. En die derde, ja, die moet dan op die tweede kruipen. Maar dat kan dus ook bij stereotypen. Waar denken de leerlingen bijvoorbeeld aan bij een heks? Een zwarte hoed, een kat, een wrat, een haakneus?  Laat hen dat dan maar uitbeelden en gebruik die oefening als instap.”

“In mijn lessen geschiedenis ging de leerstof over het leven op een domein. Ik heb alle leerlingen rond de tafel gezet en we hebben roddels uitgewisseld. Wat was er gebeurd? Er was graan gestolen bij de graaf en de dorpelingen kwamen samen in de herberg om uit te zoeken wie die diefstal gepleegd had. Niemand wist zeker wie de dader was, dus er werd serieus geroddeld. Door die roddels met elkaar uit te wisselen, leerden de leerlingen de betekenis van veel nieuwe woorden: lijfeigenen, horigen, tienden. Er was geen oplossing, we weten nog altijd niet wie het graan gestolen heeft, maar mijn leerlingen kenden wel de leerstof.”

ZELF AAN DE SLAG!

Ook zin gekregen om impro te gebruiken in je lessen? We helpen je graag op weg.

  • Ijsbreker

Alle leerlingen staan in een kring. Een klapt in zijn handen en de andere leerlingen geven die handklap aan elkaar door, de kring rond. Je kan ook van richting veranderen of de handklap doorgeven aan iemand aan de overkant. Daarvoor klap je en roep je de naam van de leerling aan wie je de klap doorgeeft.

  • Kennismaking

Alle leerlingen staan recht en houden tien vingers in de lucht. De leerkracht stelt vragen als: ‘Heb je een kat?’, ‘Kom je met de fiets naar school?’ of ‘Ben je enig kind?’ Elke keer als een leerling ‘nee’ antwoordt op een vraag, doet die een vinger naar beneden. De leerling die aan het einde nog het meeste vingers in de lucht heeft is de ‘winnaar’.

  • Namen leren

Dit is een geweldig spel om elkaar te leren kennen. Leerlingen verspreiden zich over het klaslokaal. Een speler is de zombie: hij beweegt in zombie-stijl met zijn armen uitgestrekt, in de richting van een medeleerling. Voordat de zombie die leerling bereikt, moet die leerling de naam van een andere speler roepen. De zombie keert dan om en gaat naar die leerling toe. Als de zombie een speler bereikt voordat die een andere naam roept, wordt die speler de zombie.

  • Vertrouwensspel

Eén speler is geblinddoekt in een klaslokaal vol obstakels (zet overal een paar stoelen neer, laat allerlei rommel op de vloer liggen). De rest van de groep leidt de geblinddoekte speler door de kamer, door te praten.

OVER JEROEN

Jeroen Heremans is niet alleen leraar en improvisatietheaterspeler. Sinds 2014 schrijft hij op zijn onderwijsblogstekje over alles wat met lesgeven te maken heeft. Je kan hem volgen op Geek in my class: https://geekmyclass.tumblr.com/.

De Belgische ImprovisatieLiga geeft cursussen op scholen en aan leerkrachtenteams. Meer informatie lees je op hun website: www.bil.be.

DISQUS EMBED