“Onze hoogbegaafde zoon heeft geen luxeprobleem”

14/01/2019

Springen in de kleuterklas

Sylvie vertelt: “Dries was als baby al erg geprikkeld door de wereld om hem heen, hij wilde alles zien en begrijpen. Pas toen hij zeventien maanden was, sprak hij z’n eerste verstaanbare woorden uit. Vanaf dan ging het heel snel. Enkele weken later gebruikte hij woorden met drie lettergrepen en op twee jaar sprak hij in volzinnen, met voltooid deelwoord en al.”

Toen hij vier was, had Dries zichzelf leren lezen. Sylvie en Peter meldden dat aan de school en kregen er veel begrip. “De juf en de directrice luisterden en deden alles wat ze konden om Dries te ondersteunen”, benadrukt Sylvie. “Samen met hen beslisten we om de tweede kleuterklas over te slaan. Geen evidente beslissing, want Dries is nog erg speels. Maar we hebben uiteindelijk de knoop doorgehakt en hem laten starten in de derde kleuterklas.”

Die overstap verliep goed, maar Dries merkte dat hij ook daar al meer kon dan zijn klasgenoten. Om niet uit de toon te vallen, deed hij bijvoorbeeld alsof hij niet meer kon lezen. Pas de dag voor zijn start in het eerste leerjaar, las hij opnieuw.

“De eerste maanden in het eerste leerjaar gingen goed”, zegt Sylvie. “Dries werd opnieuw uitgedaagd. Hij had wel moeilijkheden met zelfstandig zijn, wat niet abnormaal is voor een kind van een jaar jonger. Zo struikelde hij over meervoudige instructies. ‘Hang je jas weg en neem je brooddoos uit je boekentas’, was voor hem erg moeilijk. Ook omdat hij verstrooid was. Voor ons was dat allemaal logisch, want Dries was de hele tijd bezig met het proberen te begrijpen van de wereld. Maar de leerkracht had het er wat moeilijker mee. Want Dries was toch hoogbegaafd?”

Dries liep terwijl de rest van de klas wandelde

Na drie maanden was het nieuwe van het eerste leerjaar er af. Dries verveelde zich. Hij vond de lessen te gemakkelijk en saai. Daardoor verloor hij zijn zin om naar school te gaan en lag hij soms met z’n hoofd op de bank.

“In de klas leerden ze bewerkingen tot zeven, terwijl Dries thuis al vragen stelde over oneindig. Hij maakte soms met opzet fouten of schreef zomaar iets op, gewoon om ervan af te zijn. We merkten toen dat het ook voor de leerkracht echt zoeken was. Die moest roeien met de riemen die hij had en de school had noch de tijd, noch de middelen om Dries de begeleiding te bieden die hij nodig had. Hoe erg ze op school ook hun best deden, we moesten op zoek naar een betere oplossing voor Dries.”

Sylvie, Peter en Dries gingen te rade bij PraxisP, het onderzoekscentrum van de KU Leuven. PraxisP biedt opvoedkundige en psychologische hulp aan kinderen, jongeren en volwassenen.

“Daar hebben we Dries laten testen op hoogbegaafdheid. Dat is niet gemakkelijk, want hij kan zich niet zo lang concentreren en is echt nog een kind. Een erg intelligent kind, maar toch vooral een kind. Een paar keer is ook het label ‘autisme’ gevallen. Niet verwonderlijk, want Dries denkt gewoon anders dan de meeste andere kinderen.”

Op zoek naar een andere school

In samenspraak met Dries’ school beslisten Sylvie en Peter om Dries het volgend schooljaar te laten starten in een andere school. Ze kozen voor Ingenium, een net opgestarte privéschool voor hoogbegaafde kinderen in Tervuren.

Sylvie: “We wonen zelf in de buurt van Leuven, Ingenium was ongeveer veertig minuten rijden. Maar het pedagogische project van die school leek ons perfect aan te sluiten bij wat Dries nodig had. Twee schooljaren is hij naar Ingenium geweest. Dat was een niet gesubsidieerde privéschool, wat wil zeggen dat we daar heel veel geld voor hebben moeten betalen. We kozen niet voor Ingenium vanuit een soort elitarisme. We wilden een school waar ons kind kreeg wat hij nodig had. Waar de leerkrachten hem handvatten gaven om te kunnen functioneren in deze wereld. En waar ze hem leerden om te gaan met perfectionisme en stress.”

Het inschrijvingsgeld in Ingenium lag tussen vijfduizend en vijftienduizend euro en was inkomensafhankelijk. Waarom zo hoog? Het inschrijvingsgeld moest alle lonen, het lesmateriaal en schoolbenodigdheden dekken. In het reguliere onderwijs komt de overheid tussen. “Het was wrang”, zegt Sylvie, “want een school die wel geld krijgt van de overheid, kon mijn kind niet helpen of hem een goede schoolloopbaan garanderen. Een school waar Dries wel gelukkig kon zijn moesten we zelf betalen.”

Op Ingenium leerde Dries heel veel. In de voormiddag stonden de algemene schoolvakken op het lesprogramma. In de namiddag was er ruimte voor extra’s: omgaan met stress, aikido, kunst, yoga … Dries was er erg gelukkig en zette grote stappen op het vlak van zelfvertrouwen en het benoemen van zijn gevoelens. Maar toen zijn vaste leerkracht midden vorig schooljaar de school verliet, was het voor Dries niet fijn meer op Ingenium. De school is intussen definitief gesloten.

“We moesten dus opnieuw op zoek naar een geschikte school voor Dries. In september startte hij in het Freinetonderwijs. Daar volgt hij nu les in het vierde leerjaar en hij is er erg gelukkig. Het is ook fantastisch om te merken dat de school oog heeft voor moeilijkheden en mee op zoek gaat naar oplossingen. Dries vindt bijvoorbeeld de speelplaats te druk. Daarom is hij nu een vast lid van de leerlingenraad en kan hij een middagspeeltijd per week binnenblijven voor de vergadering. De volgende uitdaging komt volgend jaar. Want in het Freinetonderwijs volgen de leerlingen lessen in graadklassen. Dan komt onze negenjarige terecht in een groep met twaalfjarigen. We zijn benieuwd hoe dat zal lopen.”

Hoogbegaafdheid is geen luxeprobleem

Sylvie en haar gezin hebben een positief gevoel bij elke school waar Dries les gevolgd heeft. Dat is niet altijd zo. Vaak wordt hoog- of meerbegaafdheid gezien als een luxeprobleem, maar dat is het niet.

“Aan de schoolpoort hoorden we verhalen van ouders die vertelden dat de school niet naar hen wilde luisteren. Of dat de school niet geloofde dat hun kind hoogbegaafd was. Ze hadden er vaak een negatieve ervaring opzitten en een hele zware periode met een moeilijke zoektocht naar een geschikte oplossing. We zijn blij dat wij altijd een luisterend oor hebben gehad en mee mochten nadenken over de begeleiding en hulp voor Dries, ook op zijn eerste school. We praatten er ook met Dries zelf over, op zijn niveau, en hebben altijd uitgelegd waarom we een stap zetten. Ook daarin was de school een fijne partner.”

“Dries weet heel veel, maar we zeggen hem ook dat het oké is om eens iets niet te weten. Aan de andere kant: Dries krijgt nu de kans om te tonen wat hij kan. Wanneer een klasgenootje een vraag heeft, kan Dries hem helpen. De klas vindt dit geweldig. Zijn talent wordt gezien en mag een plek hebben in zijn klas. Hij mag echt zijn wie hij is.”

Meer lezen over PraxisP.

DISQUS EMBED