“Hoe sneller jongeren moeten kiezen, hoe minder gemotiveerd ze zijn”

15/10/2019

Breed eerste jaar

Een uniforme vakkentabel moet het voor ouders en leerlingen duidelijk maken welke onderwijsvakken ze in hun leertraject krijgen. De brede eerste graad – waarbij een school keuzelessen aanbiedt aan haar leerlingen om hen te helpen een goede studiekeuze te maken – verdwijnt.

Ides Nicaise is hoogleraar Onderwijs en Samenleving en onderzoeksleider aan het HIVA (Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving) van de KU Leuven. Hij onderzoekt er onder andere de relatie tussen onderwijs en sociale ongelijkheid.

“We spreken van de brede eerste graad in het nieuwe curriculum voor het secundair onderwijs, maar volgens mij is dat niet helemaal correct. Er is een breed eerste jaar in veel scholen, maar in het tweede jaar is het onderwijsaanbod vaak al meer gericht op een echte studiekeuze. Trouwens, als de regering zou beslissen om dan dat brede eerste jaar af te schaffen, is dat zelfs een stap achteruit tegenover het oude curriculum en raakt ze ook aan de vrijheid van scholen om zelf te beslissen hoe zij hun onderwijs inrichten.”

“Er bestaan een aantal scholen die op eigen initiatief een echte brede eerste graad inrichten. Dat zijn de scholen uit het LIEN-netwerk (voortgebouwd op het idee van de STAM-scholen, n.v.d.r.). Als de regering doorvoert wat zij in het regeerakkoord schrijft, dan zouden die authentieke middenscholen niet meer mogen bestaan. En dat druist volgens mij in tegen de vrijheid van onderwijs.”

Studiekeuze uitstellen

Het doel van een brede eerste graad is om leerlingen te remediëren, extra uit te dagen of om hen te laten proeven van meerdere interessedomeinen, zonder dat ze al een definitieve studiekeuze moeten maken. 

Ides Nicaise: “Ik ben altijd voorstander geweest van een brede eerste graad en zelfs van een brede twééde graad. Kijk, het idee van de brede eerste graad is ontstaan vanuit het feit dat kinderen op de leeftijd van 12 jaar niet in staat zijn om al een duidelijke studiekeuze te maken als ze uit de basisschool komen. In de meeste landen in Europa wacht men met die oriëntering tot op zestien jaar en dat is logischer. Want op twaalf jaar hebben kinderen nog te weinig de kans gehad om te ontdekken waar hun belangstelling naartoe gaat. Het gevolg: ouders en leerkrachten kiezen voor hen.”

“Ouders kiezen dan vaak voor een studierichting waarmee ze hun sociale status kunnen behouden. Dat wil zeggen dat kansrijke ouders ambitieuzere keuzes maken dan kansarme ouders. Je krijgt dan dezelfde sociale segregatie als in het ‘oude’ systeem. Als kinderen zich pas op latere leeftijd moeten oriënteren, dan kunnen leerkrachten en ouders hen daarin beter begeleiden. Daardoor zullen ze een betere keuze maken.”

“Er is nog een ander argument om te pleiten voor een latere oriëntering: zowel kinderen die richting ASO geduwd worden, als zij die in een BSO-opleiding gepusht worden, missen een op het einde van hun schoolcarrière een aantal essentiële vaardigheden die ze in het latere leven nodig hebben. Heel wat jongeren die afstuderen in een ASO-richting missen sleutelvaardigheden die noodzakelijk zijn in een hoogtechnologische maatschappij en creatieve vaardigheden. Jongeren die afstuderen in een technische of beroepsrichting missen dan weer een aantal basiscompetenties om levenslang te blijven leren.”

Elke leerling snel op de juiste plaats?

Ides Nicaise: “Er staat niet veel uitleg in het regeerakkoord bij de afschaffing van de brede eerste graad. Maar volgens mij is de achterliggende reden dat deze regering ervan overtuigd is dat daardoor leerlingen sneller op de juiste plaats terechtkomen. Dat is volgens mij een illusie. Als we kijken naar de schoolloopbaan van leerlingen, dan valt op dat we de meerderheid van leerlingen dwingen om af te stromen. De grote meerderheid start in een ASO-richting omdat ASO in de verdere loopbaan de meeste kansen biedt, maar meer dan de helft wordt dan toch gedwongen om een keuze te maken in de richting van een technische of beroepsopleiding. Dat is contraproductief.  Bovendien leidt die afvallingskoers tot heel veel frustraties en demotivatie. Internationale vergelijkingen tonen een duidelijk verband tussen de leeftijd van oriëntatie en de gemiddelde studiemotivatie: hoe sneller men oriënteert, hoe minder gemotiveerd kinderen zijn.”

“Er gebeurde hiernaar de laatste jaren best veel wetenschappelijk onderzoek. We hebben genoeg valabele argumenten om een studiekeuze uit te stellen tot zestien jaar. Het is spijtig dat de nieuwe Vlaamse regering besliste om die toch op twaalf jaar te houden, maar ik ben benieuwd naar de concrete uitwerking van de plannen.”

DISQUS EMBED